vrijdag 10 oktober 2014

Niet in de koude kleren zitten


Poble Sec betekent letterlijk het droge dorp. Het werd na 1854 gebouwd, toen de stad uit zijn voegen groeide en de geplande nieuwbouw, Ildefons zijn plan Ensanch voor Eixample maar moeizaam tot stand kwam. De vele arbeiders en gelukszoekers hadden onderdak nodig en daarom zijn ze vlak buiten de stadsmuur, tegen de helling de Montjuïc gaan bewonen. Een plek zonder watervoorziening.

Ruim anderhalve eeuw later is het een gemêleerde wijk tegen het centrum aan. Door de lagere huurprijzen is het populair bij verschillende bevolkingsgroepen. Er is relatief weinig nieuwbouw, waardoor de wijk wat authentieks heeft. De oude woningen hebben echter ook tot gevolg dat er niet overal de juiste voorzieningen zijn. Dagelijks lopen er mannen door de straat gasflessen te verkopen. Een messenslijper fluit op zijn harmonica. Bij straatfonteinen worden jerrycans met water gevuld. De kleine supermarkten bieden aan de goederen tot aan de deur te bezorgen, want een lift ontbreekt vaak. De appartementen zijn klein en donker, waardoor er op straat veel levendigheid is.

Het is er ook levendig omdat barretjes floreren. En is het niet een bar, dan wel een kapsalon. Ware swingkappers, die tot de late uurtjes open zijn en waar luide muziek uit de boxen galmt. Een derde verzamelplaats is de wasserette. Want voor velen is Poble Sec nog steeds een vrij droog dorp.


In de wasserette worden roddels uitgewisseld of rustig de krant gelezen. Soms is het er zo druk dat men buiten moet wachten. Zo ook een flink uit de kluiten gewassen man, die in de hippie tijd is blijven hangen. In zijn vervaald door mottengaten versierde haltertop en bloemetjesonderbroek ijsbeert hij ongeduldig voor de etalage. De slechte planning is hem niet in de koude kleren gaan zitten. Het was de eerste keer dat ik een niet relaxte hippie zag, waarschijnlijk omdat hij bijna poedelnaakt was. Kennelijk maken kleren toch de man, zonder dat geen vrijheid blijheid. 

woensdag 8 oktober 2014

Misbruik

Tegenwoordig mag ik mij beroepen op wat extra rechten en dat voelt heel speciaal. Als ik met mijn toeter de metro in loop, staan mensen gelijk op. “ Ga toch zitten!” en ik plof dankbaar neer. Als ik boodschappen doe bieden mannen spontaan aan om mijn mandje voor mij uit te laden, want dan hoef ik als tonnetje niet zoveel te bukken. Ik krijg er vaak een gratis grote glimlach bij of een persoonlijk verhaal over hun eerste ervaring. Als er ergens een rij staat, mag ik vaak voor. Deuren worden galant opengehouden en op straat spreken vreemden je aan met “ Niño ó niña?”. Zwangerschap doet kennelijk een hoop mensen smelten en terugdenken aan wanneer zij voor het eerst vader of moeder werden. Ik had niet gedacht dat die buik zulke gemoedelijke, bijna verbindende, gevoelens zou opwekken. Het haalt het beste in de medemens naar boven.


Althans, bij velen. Ik ben niet de enige die de zachte aard van medemens heeft ontdekt. Zo kwam er laatst een gezette vrouw woedend op het ´specialenbankje´ afgestormd en maande de vrouw van middelbare leeftijd naast me op te staan. Kon ze soms niet zien dat zij zwanger is? Al verontschuldigend vliegt de vrouw van het bankje op en kom ik knel te zitten tussen de Akela en een lief opaatje met zijn wandelstok.

Later op de dag loop ik terug naar de metro en hoor van een terras luid gelach komen. Genietend van wijn zitten daar een paar vrouwen hun dag door te nemen en de avond voor te bereiden. Ik kijk nog eens goed en herken in een van die wijn nippende vrouwen de Akela uit de metro. Er bestaat toch geen alcoholvrije wijn? Schandalig dat ze misbruik heeft gemaakt van het voorrecht van zwangere vrouwen. Zouden haar vriendinnen dat weten? Het is zo zonde, want als dit te vaak gebeurt  zal de charme verdwijnen, terwijl het juist zo hartverwarmend is dat mensen uit zichzelf opstaan en zulke attentie jegens jou tonen. 

zondag 5 oktober 2014

Slot

Als er een Seine had gelopen, de stad verdelend in een rechter en een linker deel, dan had het volgende fragment zich ook in Barcelona kunnen afspelen. Uitzonderingen maken moet kunnen. Een gastoptreden kan geen kwaad.

De Seine glinstert in de warme ondergaande september zon. Langs de wal flaneren romantische zielen. Op het water dineren toeristen, wiens smaak ondergeschikt is aan wat hun ogen aanschouwen. Op de kade staan de reeds doorgewinterde verkopers plakkaten en boeken op te bergen in de roestig groene houten overkappingen. Een enkele voorbijganger stopt nog even voor een praatje of onderhandeling, maar de meeste vergapen zich aan alles eromheen. Zo prachtig lichtkoraal en hemelsblauw belicht.

Over de Seine zucht de Pont de l´Árcheveche. Hoewel haar primaire taak nog steeds het bieden van een oversteek is van en naar het Ile de la Cité, gaat het heden gebukt onder een schreeuwende roep om aandacht. Geen tralie van het robuuste gietwerk is meer zichtbaar. Alles is bedekt met een twee-, drie- of vierdubbele laag aan sloten. Sloten als een gewaand teken voor eeuwigheid. Een bewijs van ‘ik was hier’, maar meestal ‘wij waren hier’. Soms is het ook een teken van liefde ‘een bewijs van onze eeuwige verbonden liefde’. Want een slot op een brug betekent symbolisch dat de brug niet meer open kan, waardoor de twee aparte helften voor eeuwig samenvallen. Ware het niet dat deze brug nooit open ging en dus de symboliek ver te zoeken is. Het is echter een illusie dat het slot, waar sommigen een aardig bedrag voor neertellen en dat een nieuwe markt voor sleutel- en slotmakers is, een eeuwig aandenken op de plek zal zijn. Daar maakt de kleine schavuit die gehurkt tegen de reling aan zit werk van.

Tussen de vele benen van de toeristen valt hij nauwelijks op. Hij heeft zich klein gemaakt en de bonte kleuren van de sloten, zorgen ervoor dat zelfs zijn opvallende kleding gecamoufleerd is. Aandachtig zoekt hij een slot uit, waarbij de opening nog vrij bereikbaar is. Dan pakt hij een haarspeld, waarschijnlijk die ochtend van zijn zusje gestolen, en begint ermee in een slot te wroeten. Deze schiet niet open. Hij kiest een volgend slachtoffer en legt zijn oor dichterbij het slot. Dit keer is de haarspeld vervangen door twee verbogen paperclips, die ´s ochtends nog vaders papparassen bij elkaar hielden. De jongen luistert aandachtig, het lawaai van sjokkende toeristen, straatzangers en de klokken van de Notre Dam maken het geen gemakkelijke klus. Hij probeert een derde slot. Een vierde. En dan verschijnt er een grote grijns. Geslaagd. Een groen geverfd slot met de initialen van tortelduifjes is los. De kleine schavuit stopt het trots in zijn zak en vervolgt zijn werk. Nog even oefenen en hij heeft de brug verlost van al zijn ballast, of toegang verkregen tot het dagboek van zijn zusje dat vast een gelijkend slot heeft.