
Barcelona heeft geprofiteerd en profiteert nog steeds van internationale evenementen. Zo is er jaarlijks in februari de World Mobile Congres, waardoor alle hotels een hele week volgeboekt zijn. Daarnaast is Barcelona het schoolvoorbeeld van hoe de Olympische Spelen de economie van een stad wel een boost kunnen geven. Aan de spelen van 1992 heeft de stad de sportfaciliteiten in Montjuïc, zoals het openluchtzwembad met panorama uitzicht op de stad, en de stranden te danken. Maar al begin vorige eeuw heeft Barcelona twee metamorfoses ondergaan, vanwege de wereldtentoonstellingen.
Over deze periode, van de wereldtentoonstelling in 1888 tot die in 1929, verhaalt het boek de Stad der Wonderen van de Barcelonees schrijver Eduardo Mendoza. Laten we terugreizen in de tijd en de geschiedenis herleven in de avonturen van hoofdpersoon Onofre Bouvila.
Het verhaal begint in een Barcelona, in het jaar 1887, toen er nog geen elektriciteit was, geen telefoon en geen trams. Onofre Bouvila trekt als dertienjarige van het platte land naar de stad en heeft één missie. Rijk worden. Hiervoor zet hij de wereld naar zijn hand en is hij bereid grote risico’s te nemen, duistere transacties te doen en het 'opruimen' van opponenten of andere lastposten die zijn pad kruisen.
