Posts tonen met het label straatbeeld. Alle posts tonen
Posts tonen met het label straatbeeld. Alle posts tonen

vrijdag 10 oktober 2014

Niet in de koude kleren zitten


Poble Sec betekent letterlijk het droge dorp. Het werd na 1854 gebouwd, toen de stad uit zijn voegen groeide en de geplande nieuwbouw, Ildefons zijn plan Ensanch voor Eixample maar moeizaam tot stand kwam. De vele arbeiders en gelukszoekers hadden onderdak nodig en daarom zijn ze vlak buiten de stadsmuur, tegen de helling de Montjuïc gaan bewonen. Een plek zonder watervoorziening.

Ruim anderhalve eeuw later is het een gemêleerde wijk tegen het centrum aan. Door de lagere huurprijzen is het populair bij verschillende bevolkingsgroepen. Er is relatief weinig nieuwbouw, waardoor de wijk wat authentieks heeft. De oude woningen hebben echter ook tot gevolg dat er niet overal de juiste voorzieningen zijn. Dagelijks lopen er mannen door de straat gasflessen te verkopen. Een messenslijper fluit op zijn harmonica. Bij straatfonteinen worden jerrycans met water gevuld. De kleine supermarkten bieden aan de goederen tot aan de deur te bezorgen, want een lift ontbreekt vaak. De appartementen zijn klein en donker, waardoor er op straat veel levendigheid is.

Het is er ook levendig omdat barretjes floreren. En is het niet een bar, dan wel een kapsalon. Ware swingkappers, die tot de late uurtjes open zijn en waar luide muziek uit de boxen galmt. Een derde verzamelplaats is de wasserette. Want voor velen is Poble Sec nog steeds een vrij droog dorp.


In de wasserette worden roddels uitgewisseld of rustig de krant gelezen. Soms is het er zo druk dat men buiten moet wachten. Zo ook een flink uit de kluiten gewassen man, die in de hippie tijd is blijven hangen. In zijn vervaald door mottengaten versierde haltertop en bloemetjesonderbroek ijsbeert hij ongeduldig voor de etalage. De slechte planning is hem niet in de koude kleren gaan zitten. Het was de eerste keer dat ik een niet relaxte hippie zag, waarschijnlijk omdat hij bijna poedelnaakt was. Kennelijk maken kleren toch de man, zonder dat geen vrijheid blijheid. 

donderdag 11 september 2014

Toeriste

Het is nog warm en lang niet alle toeristen zijn huiswaarts gekeerd. De zon doet je verlangen naar de frisse zeewind naar je blote voeten op het strand, naar luchtige kleren in plaats van pak- of rokkostuum. Het is benauwd in de statige straten van Eixample. Kantoorpersoneel snelt zich naar beschutte, gekoelde lunchplekken. Toeristen genieten juist van de warmte en lopen tergend langzaam, alle ruimte innemend. Hierdoor kan je niet anders dan ze observeren.

Aan de gefronste wenkbrauwen van tegenliggers heb ik door dat ik spoedig een bijzonder toeristenexemplaar zou tegenkomen. Ditmaal een vrouw geheel in stijl met wat de mode ooit gedicteerd heeft, flexibel verschillende trends combinerend. Een fluorescerend roze top tot net onder de borst. Net te hoge sleehakken met bloemetjesmotief, waardoor bij elke stap de billen extra schudden. Billen die uit de mini-hot-pant glippen en ook nog eens doorschemeren door het witte nep kant. Alleen een roze tangaslip helpt je te realiseren dat dit daadwerkelijk bovengoed is en geen ondergoed, waar de toeriste zo trots in paradeert. Het geheel wordt gecomplementeerd door een handtas, waar meer stof in zit dan alle kledingstukken bij elkaar.  Kortom, een gewaagd plaatje dat de gemoederen van de voorbijgangers niet onverschillig laat.


De mooiste reactie was toch wel van de bedelaar op de Diagonal, die ik al maanden voor blind, dan wel slechtziend, aanhield door zijn onbeholpen maniertjes en extra dikke onmodieuze zonnebril. Wat blijkt? Hij vond het wel een mooi tafereel, want hij schoof zijn bril naar het puntje van zijn neus om over het montuur heen nog eens goed te gluren naar de weelde van de toeriste. 

zondag 17 augustus 2014

Onderhands

Het zonnetje glipt net de nauwe Carrer de Blai in, waar de buurtbewoners op zondag rustig wakker worden achter een cortado met tostado. De stralen prikkelen de gebruinde huid die zo gewend is aan haar innige streling. Elke dag opnieuw. Alleen de ogen waarderen dit licht minder en daarom zet ik mijn zonnebril op. Een prettige bijkomstigheid is dat je vanachter gekleurde glazen de wereld rustig kunt bespieden.

Voor mij zitten twee stelletjes het late ontbijt, de vroege lunch of iets rondom de brunch te nuttigen. Kleren worden afgewisseld met tatoeages of met eigentijdse baarden. Ze zijn verwikkeld in een niet al te heftig gesprek, maar voldoende om af en toe argumenten met handgebaren te verduidelijken. Tot zo ver lichaamsstaal, want de acht ogen zijn verborgen achter de Ray Ban. Elk een tikkeltje ronder of vlotter.

Opeens gaat het meisje wat meer onderuit zitten en steekt ze haar linkerbeen onder tafel uit naar de jongen tegenover haar. Een zachte tik, maar niet per ongeluk. Het is geen affectievol voetjevrijen. Een kort hoofdknikje zorgt ervoor dat ze op een lijn zitten. Zo onopgemerkt mogelijk, maar daardoor voor mij juist extra opvallend, rommelt het meisje in haar hippe linnentasje. Ze heeft er iets uitgehaald dat in haar handpalm past. Ik ga een beetje verzitten om beter te zien wat er onder tafel gebeurt.

Het meisje steekt haar hand onder de tafel, quasi nonchalant haar bovenbeen krabbend. Op dit teken steekt ook de jongen zijn hand onder het blad. Een deal wordt onderhands beklonken. Ik zie een wit zakje met poeder in de mannelijke handpalm verdwijnen en als de vuist gesloten is, begint de man te kuchen. Hand snel in de broekzak en er komt een zakdoekje voor in de plaats. Hij excuseert zich even en loopt langs me heen richting het toilet. Even later komt hij al neus wrijvend terug en gaat rustig verder keuvelen. Typisch een handeling dat tijdens het gesprek niet ter tafel mocht komen.

Vandaag geen roze bril.


zaterdag 28 juni 2014

Mannen met ballen

Het is zaterdagmiddag.  Bijna zes uur. Over enkele minuten barst het los. De posities zijn ingenomen.  Allen verzekerd van een goed beeld. Drankje binnen handbereik. Het geluid zwelt aan. De Chileen naast mij staat op en zingt uit volle borst het volkslied mee. Gelijktijdig schalt er uit de boxen achter mij ‘It’s Raining Men

Het is zaterdag 28 juni 2014. De achtste finale van het WK voetbal, waarbij Nederland gelukkig niet tegen Brazilië hoeft uit te komen. Wereld LGTB dag, gevierd in Barcelona met een pride parade over de Parallel.

Op het terras is het duidelijk wie waarvoor gekomen is. De mannen die graag naar 22 zwetende, rennende mannen kijken, zitten eersterangs bij het scherm. De mannen die graag naar zwetende, dansende mannen kijken, zitten prime spot langs de weg. En de vrouwen? Die hebben hun gewilde keuze en kunnen van twee walletjes eten. 

Vandaag kent deze bar geen slechte plekken. Alleen jammer dat er geen bitterballen zijn. 

maandag 9 juni 2014

Bijna geadopteerd

Daar stond hij dan. Pal voor onze neus. De haarspeldbochten maakten het voor onbekenden onmogelijk om hard te rijden, dus kon Rolf op tijd remmen. Neus aan koplamp. Kwispelend loopt hij naar het voorportier. Raampje naar beneden en een vrolijke ‘blaf’ komt ons tegemoet. Een kop dat wacht op een aai, een bot, of beter nog een bal waar die achteraan kan rennen.

Wat doet een ‘huishond’ midden in de bergen? Moederziel alleen. We stappen de auto uit en verkennen links en rechts. Geen teken van leven. Geen auto in de vangrail. De steile bergwand biedt geen mogelijkheid naar boven. Het ravijn met beekje ligt er ongerept bij. We kijken elkaar aan en Rolf spreidt zijn armen in een gebaar van: ‘en wat nu?’

 De hond reageert er meteen op. Hij ziet de vlakke hand en gaat zitten. Met zijn staart veegt hij het asfalt schoon. ‘Halloooooo?’Geen reactie.  Er is hier echt niemand. De hond is jong, heeft een schoon gebit en duidelijk puppy training gehad. Een ‘huishond’ inderdaad. De vacht zit wel al vol met klitten en stof, de halsband is wat gehavend. Het beest loopt al een tijdje door het bos.

‘Fikkie, kom eens hier!’ Nee, eigenlijk klinkt dat helemaal niet als een hondennaam. Dan maar Hachi, naar de film die we met betraande ogen laatst hebben gezien. Diezelfde vertederende blik kijkt ons nu met een natte snuit aan. ‘Wat te doen?’ ‘Qua kleur past hij goed bij de kat’, grapt Rolf. ‘Laten we het in het dorp verderop vragen!’ En we beginnen de achterbak, die net vol lag met Franse wijn, leeg te halen. De lege achterbak lonkt. ‘Ga dan Hachi!’ Maar Hachi vlucht naar de overkant van de straat en gaat in de berm liggen. ‘Kom eens hier beestje.’ En kwispelend staat hij een seconde later weer naast ons. Maar in de achterbak springen, ho maar. De grote wijzer heeft ondertussen al twintig minuten weggetikt. ‘Wat te doen?’

Uit wanhoop spring ik als voorbeeld in de achterbak en Rolf staat al op het punt het beest er dan maar in te tillen. Op dat moment horen we een krakende toeter. Een oud 2cv met een nog oudere man stopt en gebaart ons bij hem te komen. ‘Catalanen?’ Vraagt hij naar het Spaanse nummerbord knikkend. Wij leggen in een mengelmoes van Frans, Spaans en ietsepietsie Catalaans uit dat we denken dat het beest is achtergelaten. De man stoot een lachkreet uit. Zijn gebit telt hoogstens genoeg tanden voor één tandenrij. In vlot Catalaans legt hij uit dat de ‘gos’ bij een berghut een stukje verder hogerop hoort. Een hond in vrijheid. Wij kunnen gerust door naar huis rijden, verzekert de man ons, en hij drukt het gaspedaal weer in. Beteuterd blijven we achter. Dat was het dan. In twintig minuten van is de hond te vertrouwen, wat is hij zielig, zullen we hem dan toch maar adopteren naar lege handen.

Thuis zoeken we het ras op: een Pyreneese Berghond. Correctie: letterlijk een echte Pyreneese berghond.


dinsdag 13 mei 2014

Castellers


(voor de juiste muziek bij deze blog, klik hier)

Een menselijke toren bouwen. Dat is waar de Catalanen weg van zijn. Elke buurt heeft zijn eigen Castellers vereniging. Bij de minste geringste gelegenheid zwelt de fluit aan, slaat de trom het ritme en wordt de zwaartekracht getart. De Castellers zijn het hart van een wijk, een verbindende factor. Van generatie op generatie wordt de kennis in het Catalaans overgedragen. Het is een ware sport en zoals het buurten betaamt, een methode om elkaar de loef af te steken: wie bouwt de hoogste?

  

















In 2010 is het door Unesco uitgeroepen tot cultureel erfgoed. Wat maakt deze traditie zo bijzonder?  De eerste keer toen ik het vanuit de verte zag drong de kracht van dit spektakel niet echt tot me door en overtuigde de typische muziek mij niet om langer te kijken. Een te snelle conclusie.

Ondertussen heb ik meerdere malen van dichtbij het bouwen van de toren mogen aanschouwen, en ik moet bekennen, dat ik als buitenstaander sta te trillen van de spanning. Wat een samenwerking. Wat een vermogen om zich in de ander te verplaatsen. En wat een eensgezindheid om een gezamenlijk doel te bereiken. 

Zodra de eerste twee lagen opgebouwd zijn, voel je de adrenaline stijgen. Dit groeit exponentieel als er een klein klimaapje, een jongen of meisje van 5 jaar oud, enkel beschermt door een helm, meters naar boven klautert. Je houdt je hart vast. Je leeft mee. En je hoopt dat ze de top vlekkeloos bereiken. Eenmaal op de top, gaat er snel een handje in de lucht. Als een piek op het hoogste punt. In nog geen minuut is de toren daarna ontrafeld. Behendig, als brandweermannen, laten de bovenste gelederen zich naar beneden glijden. Een zucht van opluchting. Bij de Castellers omdat de druk van de schouders is. Bij de toeschouwers omdat het gelukt is.  

Maar helaas gaat het niet helemaal zonder slag of stoot. Altijd was er ook een ambulance aanwezig en altijd heb ik Castellers gebruik zien maken van hun hulp voor hand en spandiensten. Maar gelukkig nooit met zwaailichten weg zien snellen.  Is zo’n toren wel stabiel? Het is zeker geen toren van Pisa of Jenga. De toren wordt stevig gestut door een aantal dozijn Castellers aan de voet. Al die handen die elkaar in een speciale greep vastpakken om sterkte en een vangnet te creëren, een prachtig gebaar van verbondenheid. Het gehele proces is één en al beleid. Bij de minste trilling wordt de poging onderbroken, een hart onder de riem gestoken en het vuur aangewakkerd om het nog een keer te proberen. Het is topsport, waarbij heel duidelijk geldt: één voor allen, allen voor één.















zaterdag 1 maart 2014

Graffiti

Een stad leeft. En dat wat leeft, dat is in beweging. Elk weekend zijn er weer talloze nieuwe openbare kunstwerken te bewonderen. Soms van gevestigde namen, soms van ontpoppend talent en soms simpelweg van humorvolle vandalen.

Vorige week is er voor het eerst meer dan een half miljoen dollar betaald voor een ‘street art’ kunstwerk van Banksy, maar een van de moderne grondleggers van deze kunststijl is Keith Haring. Sinds deze week is zijn werk  “Todos juntos podemos parar el Sida”  (Gezamenlijk kunnen we AIDS stoppen) te zien, dat in het kader van Cultureel Raval weer tot leven is gebracht. In 1989 had Haring het zelf gecreëerd op een muur aan plaza Salvador Seguí, maar het origineel moest wijken wegens de verbouwingen in Raval ten behoeve van de Olympische Spelen in 1992.



De huidige plek, tegenover het MACBA op Plaza Joan Corominas, is erg geschikt. Het zorgt voor interactie en laat de connectie met de moderne kunsten in het museum zien. Tegelijkertijd heeft het werk ook een plek gekregen om de roep van Haring weer onder de aandacht te brengen, want AIDS is helaas de wereld nog niet uit. En bovenal brengt het de grauwe muur tot leven.

In bovenstaand geval was er een kale muur beschikbaar, maar dit is niet altijd zo. Wat nu als je toch een kleurrijke creatie wilt spuiten? Twee pilaren, wat cellofaan en een ladder. Met deze materialen kun je elke plek omtoveren tot een werkplaats voor ‘guerrilla artists.’ De stad zal deze variant vast op prijs stellen, want het is eenvoudig te verwijderen. Mocht de kunstenaar ooit in de voetstappen van Haring en Banksy stappen, is de tijdelijkheid van het werk zonde.




Maar de klopjacht van de gemeentelijke schoonspuitdienst is met name gericht op de vandalen, die lukraak alles wat los en vast zit volspuiten. Ik geef ze gelijk als het slechts gaat om gekrabbel, maar waarom ze moeite hebben met humor…


zondag 26 januari 2014

Taferelen

(voor de juiste muziek bij deze blog, klik hier)

Dwalend door een stad, wedijveren verschillende gezichtspunten om je aandacht. Je staat stil en laat je leiden door de lokroepen.  Opzij. Langszij. Achterom. Je ogen flitsen heen en weer. Je geheugen of je telefoon slaan beelden op, terwijl de omgeving langzaam verdwijnt. Je gaat op in dat wat je raakt om daarna ruw teruggetrokken te worden in de realiteit. “Kijk voor je”, vaak met een verzuchtende sis erachteraan “Rottoerist”. Duw in je rug. Terug in het gareel. Afgestompt, blik vooruit.

Maar de schoonheid van een stad is multidimensionaal. Laat je niet kennen door chagrijnige forenzen, met een verkeerd been uit bed gestapte bedrogen echtgenoten, tegen slaaptekort vechtende moeders of kortzichtig gehaaste toeristen. De glimlach van verwondering is bij hen verhuld achter een donderwolk. Wijk van de gebaande paden af! Kijk omhoog en zuig de overweldigende dynamiek van een stad op. Sta jezelf toe om even opzij te stappen. Krioel en gewoel voor een goede plek, hoort erbij om je te positioneren in een overweldigende stad.

Kijk omhoog en laat je prikkelen door de prachtigste taferelen. Kijk verder dan de stenen en het materiaal. Welk verhaal springt eruit? Op welke niveaus speelt het leven zich af? En welke emoties hebben de overhand?


Tussen Rambla de Catalunya en de Balmes, op de Consell de Cent staat een statig huis met vele balkons. Een poppenhuis. Op de tweede verdieping vindt een romance plaats. Een schilder met zwarte baret brengt een ode aan zijn muze. Zijn rechterhand op haar linker onderarm. Op het balkon ernaast een innige omhelzing tussen jonge geliefden. Hij is net terug van een zakenreis en heeft haar verteld dat ze de volgende keer mee mag. Gelukzalig hangt ze om zijn hals, New York is binnen handbereik. Vanaf de vierde verdieping loert een jaloerse minnares. Haar minnaar heeft net een bericht gestuurd. “Vandaag lukt niet, schat. Trek je morgen je zwarte setje aan? Kus.” Ze verstopt haar blik achter een grote turquoise hoed en vraagt zich af hoe lang ze de schijn nog op kan houden. Zal hij haar ooit zo verblijden als die jonge del in haar foeilelijke oranje jurk? De klusjesman van 4c heeft even pauze. Voldaan kijkt hij over de schoorstenen. Morgen is het weekend, dan gaat het dak eraf. Samen met de benedenbuurmeisjes.  De luiken van de derde verdieping zijn gesloten, het is slechts raden wat zich daar afspeelt. Zou de fantasie plaatsgemaakt hebben voor levensechte taferelen?


donderdag 28 november 2013

Bicing

Voordat je deze post gaat lezen, raad ik je aan om dit liedje op de achtergrond zachtjes mee te draaien.

In navolging op het beroemde Velíb fietsenplan van Parijs, heeft ook Barcelona haar eigen fietssysteem. Sinds 2007 zie je Barcelonezen op wit-rode fietsen door de stad crossen. Een verschil is dat de Bicing alleen voor inwoners is, of beter gezegd, NIE bezitters. Vaak zie je toeristen geïnteresseerd bij de stallingstations staan. Opzoek naar informatie. Maar helaas, tientallen fietsverhuurders (merendeels Nederlands) verdienen hun brood met toeristenritjes.

De stations staan verspreid door de stad op een afstand van drie blokken. Een goede dekking. De Bicing is een manier om de stad ‘groener’ en ‘duurzamer’ te maken en wordt daarom gesubsidieerd. Voor minder dan €50,- per jaar kun je dag en nacht een fiets pakken. Dat het systeem populair is, blijkt wel uit het feit dat het per dag ca. 47.000 keer gebruikt wordt ofwel door 3% van de inwoners.


Dit betekent ook dat je soms voor een lege stalling staat. Vooral rond spitstijd en in hoger gelegen wijken. Men wil graag naar beneden rollen, maar niet naar boven trappelen. Als je een afspraak hebt en rekent op de Bicing betekent dat soms een onaangename verrassing. Of als je aan komt rijden en alle stations zijn bezet: geen plek om de Bicing weg te zetten. Balen. Maar als je de tijd hebt, dan loop je een blokje om en kom je langs de prachtigste Modernisten gebouwen. Elk nadeel, heb zijn voordeel.  Niet dan?


Afgelopen week regende het. Verlaten straten. Fietsen door de regen? Nee, daar bedankt de gemiddelde Barcelonees voor. Maar gewapend met regenkleding of de Hollandse Senz paraplu heb ik het rijk alleen. Bicing in overschot beschikbaar!  Op zulke moment is het een vlekkeloos systeem. Hulde!

vrijdag 4 oktober 2013

Hoofd boven water

Als paddenstoelen schieten hipster barretjes de grond uit. Voor je erg in hebt, is de vervallen schoenenwinkel een Engels theehuis. Verderop zijn grauwe verstofte kozijnen omgetoverd in een smaakpappillenprikkelende toonbank met pinchos* in werkelijk alle kleuren van de regenboog. Een lust voor niet alleen het oog. Elders is de muur volgestouwd met wijnvaten en het proeflokaal ingericht met vintage meubels.

De wijk Poble Sec is al enige tijd bezig met een opmars. Deze van oorsprong traditionele arbeiderswijk met Catalanen, Pakistanen en Latijns Amerikanen wordt met de dag een grotere smeltkroes van nationaliteiten en stijlen. En daar horen verschillende lunchrooms, tavernes en eetgelegenheden bij. Want de liefde voor een wijk, gaat door de maag.

Het bruisende sfeertje heeft een versterkend effect, dat weer nieuwe ondernemers zin geeft om hun idyllische droom van gebak, tapas, wijn en gezelligheid te realiseren. Het straatbeeld is met de dag levendiger. En niet alleen in de centrale autovrije Carrer Blai, in alle straatjes is bedrijvigheid waar te nemen. Alleen weet nog niet iedereen de nieuwe plekjes zoals L’angoline, Bread & Circus, Spice cafe of La Tasqueta de Blai te vinden. Dit maakt het lastig inkopen doen. Hoeveel moet je in huis hebben om vers en niet bedorven gerechten voor te schotelen?

Daar hebben de lokale zelfstandigen een oplossing voor gevonden. Er is een ware micro-economie ontstaan, waarbij de verschillende branches elkaar helpen het hoofd boven water te houden. Zo haalt de serveerster van L’angoline tegenover bij de groentezaak een zak sinaasappelen als er naar verse sap is gevraagd. Het wordt op de rekening gezet, dat wordt aan het eind van de dag of week wel verrekend. Vervolgens zie ik haar rennen naar de bakker twee deuren verder op. Met twee stokbroden snelt ze haar zaak in om later met een grand ontbijt haar gasten te verwennen. Iets later komt de jongen van de tabakszaak koffie halen in ruil voor kranten op de leestafel. En zo gaat het ruilen en tussendoor bijvullen van de voorraad de hele dag door. Een mooi duurzaam systeem en het verrijkt de wijk in velen opzichten. Tijd voor een hapje.


*Pinchos: Catalaanse tapas; vaak op een broodbodem.

dinsdag 17 september 2013

Herfst

Tijdens de lunch wordt er warme soep geserveerd. De weervrouw laat steeds vaker regenwolkjes zien. De avond valt elke dag vroeger in. De schoolkinderen zijn ’s avond laat stil, omdat ze de volgende dag weer naar school moeten. En ik heb voor het eerst sinds tijden weer een lange broek aan. De zomer is overgegaan in de herfst. Sneller dan verwacht.

Bang om mijn bronzen kleur kwijt te raken, zoek ik actief naar de zon. Ik wil nog even snoezen met de zonnestralen. Twee straten verder staat een verlaten gemeentebankje in een sprankje namiddagzon. Op de hoek met de Nou de la Rambla en de Exposició. Het uitzicht zijn de grijze stenen van de school aan de overkant en de top van de Montjuic. Maar daar is het me niet om te doen. Ik ga aan de rechterkant zitten, want in het midden is zo asociaal, en sla het boek* ‘De bekentenis van Adria’ open. Terwijl ik lees over Adria’s filosofische redeneringen aangaande het kwaad en zijn eigen schuldvraag, gaat er een vrouw links van me zitten. Haar zoete parfum trekt mijn aandacht.

Over de pagina’s heen gluur ik naar mijn bankgenoot. Een wat oudere vrouw. Ik kan zien dat ze vroeger een mooie dame was. Ze is verzorgd, maar niet te opgedirkt. Haar nagels zijn rood gelakt en de rimpels in haar hals heeft ze zorgvuldig verborgen achter een sjaaltje. Waarschijnlijk is ook zij een kind uit het Franco regime, net als Adria. Ze zit niet op haar gemak. Onrustig kijkt ze om zich heen. Te vaak kijkt ze op haar gouden horloge. Waarschijnlijk verwacht ze iemand.

Ik sla pagina voor pagina om. Dan weer zit de oude vrouw naast me, dan weer loopt ze onrustig door de straat. Continu het bankje in de gaten houdend. Ik begin me schuldig te voelen, zou ik een heimelijke ontmoeting verpest hebben door het bankje bezet te houden? De schaduw van de lantaarnpaal doet me naar links opschuiven. Zolang het zonnetje schijnt en ik niet weet of Adria vergiffenis krijgt, blijf ik zitten.

Veertig pagina’s later zit ze aan mijn rechter kant. Met een katoenen zakdoek dept ze haar ooghoeken. Zelfs voor Spaanse en al helemaal voor Catalaanse maatstaven is haar afspraak buitensporig laat. De zon zal spoedig achter de school zakken. Het wordt kouder. Ik sla een sjaal om me heen. De vrouw slaat haar armen om zich heen. Uiteindelijk staat ze daadkrachtig op. “Adéu”, mompelt ze. Ik weet niet of ze het tegen mij heeft of tegen de onbeantwoorde liefde. Voor mijn ogen is ze ouder geworden. De lente voelt ver weg.

*Sinds enige tijd schrijf ik boekrecensies over Spaanse literatuur. Aan de rechterkant van de blog staan de titels opgesomd. De recensie van ‘De bekentenis van Adria’ verschijnt binnenkort.  

maandag 9 september 2013

Boogie Woogie Swingkapper

Het woord boogie woogie heeft een extra betekenis, die alle drie de oude vormen verenigt. De dans, de piano muziekvorm en het schilderij van Piet Mondriaan. Bij de swingkapper ervaar je deze echte boogie woogie sfeer. Als alle winkels de rolluiken reeds lange tijd naar beneden hebben laten vallen om de dag aan de nacht te overhandigen, draait de swingkaper zijn beste uren.

Het is het buurtcafé voor de Afrikaanse en Kaapverdiaanse buurtgenoot. Van verre hoor je de muziek, het gekakel en zie je de bijna stroboscopische lichteffecten van de ongezellige neonverlichting. Stoere mannen hangen in de kappersstoel te pronken met hun blits blits telefoon en stras oorbel, terwijl de nog hippere swingkapper de horizontale, verticale of golvende streepjes over hun schedel bijwerkt. Of minivlechtjes, want dat schijnt heel mannelijk te zijn. Of het nu scheren, knippen of steken is, allemaal is het een allerbelangrijkst karwei. Want als je haar niet goed zit - scoor je niet!

Dus hup, voor het uitgaan, of het ordinair flaneren over de carrer Blai, nog even de puntjes op de i. En elke avond is het raak. Gegarandeerd een volle zaak bij de swingkapper, want een zekerheid in het leven is dat haar weer aangroeit (totdat je kaal bent). De swingkapper kan de aanloop nauwelijks aan en heeft daarom maar extra hangplekken gecreëerd in zijn zaak. En een gigantisch TV scherm met wulps dansende vrouwen op hitsige muziek. De rij is ermee in zijn nopjes. Nog een drankje en helemaal compleet.


Meestal hoeven de adonissen de zaak niet eens te verlaten om met hun boogie woogie waggelloop de dames het hoofd op hol te brengen. De testosteronwalm bij de swingkapper is zo sterk, dat de vrouwen uit zichzelf, als bijen naar de honing, de weg naar de swingkapper weten te vinden. En in hun kielzog hun kroost, al even hip met kruis op de enkels en schitterende oorlellen.  Een bijna huiselijk tafereel. De swingkapper: hoe kan een buurt ook zonder. 

dinsdag 20 augustus 2013

Parkietuitlater

Je laat je hond uit, omdat je niet een huis vol drollen wilt. Sommigen nemen hun kat mee naar het park, omdat de hele week opgesloten in een appartementje zo zielig is. Een enkele heb ik wel eens een konijn zien uitlaten. Hup hup erachteraan. Maar ik heb nooit eerder een parkietuitlater gezien.

Het is een gepensioneerde manke man. Hij komt uit de buurt Clot en legt zijn dagelijkse route af. In één hand een wandelstok, in de ander over zijn schouder een afgebroken antenne. Op de aftakkingen zitten twee groene parkieten te keuvelen. Aangekomen bij een bankje ploft de man vermoeid neer. De antenne zet hij even rechtop en als van een ladder klimmen de gevleugelden naar beneden. Op de grond lopen ze vrij rond, terwijl het baasje met een buurman de roddels van de dag bespreekt. Rustig doorzoeken de parkieten de zone rondom het bankje op broodkruimels. Vervolgens wroeten ze wat in de aarde rondom de plataan. Op het moment dat ze onder mijn tafel dribbelen opzoek naar een verspilde patata brava, roept het baasje. Stemloos. Hij tikt met de antenne op de grond en de vogeltjes kijken teleurgesteld op. Nu al? Oke, mokkend en met de kop tussen de poten waggelen ze terug. De antenne gaat weer over de schouder en de man strompelt uit het zicht.




zaterdag 17 augustus 2013

Provinciejongen

Uit in de grote stad. Naar een festival. Met veel harde muziek. In de brandende zon, zodat je kleren van je lijf smelten. Hoe bloter, hoe beter. Niet voor niets zit je hele lichaam onder de tatoeages. Ik zie je rechteronderbeen, rechterbovenarm en je linker pink. Maar vast en zeker zet het zwart-vlees patroon zich ook voort op je borst, schouderblad en misschien ook bips.

Je wilt uit je dak gaan. Seks, drugs en rock ‘n roll. Zo heet dat nu niet meer, maar dat is wel wat je in de grote stad gaat doen. Je zwarte heuptas zit vol met pilletjes. Genoeg om door te reizen naar de filistijnen. Of om te delen met je prooi. Want seksen ben je van plan, maar wel veilig. Twee handjes vol condooms in gouden verpakking draag je mee, in dat foeilelijke tasje. Dat je daarmee naar het festival gaat, dat past niet bij je hippe pata’s, je broek op half zeven en je sik. Daar kom je alleen in de provincie nog mee weg.

Ik heb ze samen met je geteld. Het zijn er 12. Waarom zou je er 12 hebben uitgekozen? Ga je voor een weekend: erin en eruit? Je zit al vier uur in de trein met je voet te wippen op de muziek uit je koptelefoon, die ik niet hoef te horen, maar dank dat je het vrijelijk deelt. Of ga je voor de hele week, zoals je pilletjes doen vermoeden? Ja, ook die heb ik meegeteld. Je legde ze ook zo mooi op de opklaptafel, op een rijtje. Drie in een gele verpakking, zes in blauw en dan nog een strip van 8 in wit. Dat kunnen natuurlijk ook aspirientjes zijn, want je moet goed voorbereid zijn op reis. Ik moet denken aan Blue Magic. Heb jij contact met de Spaanse gangsters?

maandag 5 augustus 2013

Metro IX: Waaiers

Het is augustus en daarmee officieel hartje zomer. Kantoren en winkels sluiten om op hun deur enkel een briefje achter te laten met ‘cerrado por vacaciones hasta 3 septiembre’. Gesloten voor een hele maand! Waarom zo lang? Omdat de stad vanwege hitte, uitputting en geuroverlast op non-actief staat. Wie even kan, vertrekt naar de bergen. Of verkiest in elk geval gekoeld transport in plaats van de benenwagen. De straten zijn verlaten, op de tienduizenden toeristen na dan.

In de metro is het heerlijk koel, dankzij de goede airco. Op het heetst van de dag is over straat lopen geen optie. Je wordt weggebrand. Beter de ondergrondse in… hoewel, de eerste stappen geven je het idee dichterbij het vagevuur te komen. Het broeit onaangenaam in het ondergrondse gangenstelsel. De geuren verscheuren je gedachten en doen je alleen realiseren dat zweten het enige is dat verkoeling kan brengen. Iedereen is eraan onderhevig. De korte periodes waarin de metro’s elkaar opvolgen voelen als een eeuwigheid. In drie minuten transformeer je in een gesmolten pakje boter. Kleine plasjes ontstaan rondom voeten. Alleen de vergeten oude Catalaanse vrouwtjes ondervinden geen last. Zolang hun polsen niet door artrose aangetast zijn, zwaaien ze erop los met hun waaier. Gedoemd in Barcelona te overzomeren, zijn ze in elk geval goed voorbereid.


Als de deuren opengaan en men de helverlichte coupe instapt, slaakt ieder een zucht ter verademing. Vijf haltes heerlijke koelte. Dan gaat de tijd opeens heel snel en sta je alweer buiten. Nog voordat de trap beklommen is en de zon haar eerste straal op je loslaat, glijdt er al een zweetdruppel over je kuit. Gelukkig is niet iedereen met vakantie. De Pakistanen weten dat het crisis is, of dat de meeste toeristen nu de stad aandoen, of hebben geen ander alternatief. Zij blijven, buiten het zicht van de politie, op het heetst van de dag handeldrijven. Bij de uitgang van de metro hebben zij hun waar uitgestald. Waaiers, in alle kleuren en maten. Lange leve de illegale economie. Op de terugweg ben ik in de ondergrondse ook ‘bewaaierd’.

zaterdag 27 juli 2013

Het metaalmannetje

Rinkelend en klinkend wordt de winkelwagen door de straat getrokken. Van vuilnisbak naar container. Van vuilstortplaats naar prullenbak. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat dwaalt het metaalmannetje door zijn afgebakende stuk in Barcelona. De metaalmannetjes hebben de straten onderling verdeeld en als ze zich op het terrein van de concurrent begeven, is het ruzie. Behalve als deze tot dezelfde coöperatie behoort. Dan zijn ze nog wel bereid om gezamenlijk het koper uit de elektriciteitskabel van een TV te trekken. Soms zie je ze gevaarlijk in de vuilniscontainer hangen om er met hun hand een oud mes of ventilator uit te graaien. Ze slaan en trekken erop los om ook het laatste stukje metaal van een voorwerp in hun karretje mee te kunnen nemen.

Vandaag is het voor het metaalmannetje van Eixample raak. Een bekende winkelketen is bezig met een renovatie. Om de paar minuten komt een man, bedolven onder het grijs witte stof, naar buiten om grof vuil weg te gooien. Oude stellages en profielen dumpt hij in de container. Zodra hij de container zijn rug toedraait en zijn handen aan elkaar afklopt, snelt het metaalmannetje toe om zijn buit te slaan. Glinsteroogjes van de overdaad. Fluitend loopt het metaalmannetje weg op de melodie 'ik heb mijn wagen vol geladen, vol met aluminium, koper en ijzer.'

dinsdag 2 juli 2013

Gelegenheidsbank

Vier mannen op een rij. Toevallige passanten of goede vrienden? Ze communiceren met gebaren van optrekkende wenkbrauwen, knipperende oogleden en al mompelende onverstaanbare woorden. Alles zonder haast. Synchroon gaan de hoofden van links naar rechts. Of van rechts naar links. Afhankelijk van welke kant een jonge dame met bruine benen voorbij dribbelt. Zichtbaar is er extra vreugde als de hak van hun prooi vast komt te zitten in de voegen van de stoeptegels en hun oogappeltje moet bukken. De kranten met kruiswoordpuzzels worden opgevouwen en de bril zakt geleidelijk naar het puntje. 

Gezamenlijk zijn de heren minstens 275 jaar. Hun wandelstokken geven het bankje vier extra poten. Maar er zijn meer voorwaarden om lid te worden van het gelegenheidsbankje. Een zonnebril, van licht of donker glas. Een hoed of cap tegen de zon. Linnen blouse of broek. Sandalen of bootschoenen. Typische opaatjes die je langs de hele Mediterrane zee tegen kunt komen. Af en toe schuifelt er een weg, maar de plek blijft nooit lang leeg. In plaats van met een ‘high five’, groet de nieuwe bondgenoot het gelegenheidspubliek met een lichte hoofdknik.

Bij het vallen van de nacht wisselt de wacht. Het bankje wordt overgenomen door drie jonge mannen met piekfijn verzorgd haar, jeans en een T-shirt waar de spierballen met tatoeages onder uit rollen. Het gedrag? Precies hetzelfde.

maandag 20 mei 2013

Zwartrijder

De chauffeur van bus 2730 op lijn 46 van Placa Espanya naar vliegveld El Prat neemt zijn werk serieus. Gebruik maken van de dienst, die hij persoonlijk verleent, is niet gratis. Zonder kaartje geen rit. In principe heel normaal. Maar deze veertiger, waarbij het figuur verraadt dat hij niet veel aan beweging doet, heeft geen vertrouwen in de medemens. Daar de passagiers hun kaartje niet bij hem afstempelen, maar bij het apparaat vooraan in de bus, kan de chauffeur makkelijk gepasseerd worden. Hij wacht hierom met optrekken totdat hij het piepje van het automaat hoort, dat aangeeft dat het ticket gestempeld en reisgeldig is. Met zijn ogen volgt hij elke beweging van zijn passagiers. Je ziet hem tellen hoeveel mensen instappen en hoeveel piepjes er volgen. Als dit overeenstemt, trapt hij flink op het rechter pedaal en komt de bus met een schok in beweging. Bij halte Avenida Gran Via stapt een jonge man in. Hij loopt nonchalant langs de buschauffeur, zonder deze te groeten. Langzaam opent hij de borstzak van zijn jas. De bus staat ronkend stil. Hij haalt een aantal kaartjes tevoorschijn en kiest er een uit. Ik zie dat deze niet groen is en herken het type kaart niet. Hij brengt het tot boven het apparaat en de deuren sluiten. Het kaartje verdwijnt niet in het apparaat, maar onbenut in zijn linker broekzak. De deuren gaan weer open. De donkere ogen van de chauffeur priemen in zijn rug. Hij kijkt over zijn schouders en geeft een verontschuldigende lach. Met een verstrooid gebaar trekt hij zijn portemonnee, zo van ‘och ja, daar had ik hem ingestopt’. De deuren sluiten weer en de chauffeur begint geleidelijk op te trekken. Op dit teken loopt de man verder de bus in en valt hij bijna op mijn schoot. De buschauffeur trapte hard op de rem. Vervolgens begint hij boos in het Catalaans te schreeuwen. De deuren zwaaien weer open en gelaten verlaat de man de bus. Woest trekt de bus op en je ziet de bewaker van het rijdend fort denken: ‘waar haalt hij de brutaliteit vandaan, die jeugd van tegenwoordig.’


* Tip: naar en van het vliegveld gaat de commerciële, slechts door toeristen gebruikte, Aerobus voor €5,90. Het lokale alternatief is de rode stadsbus lijn 46 voor €0,96 (mits je gebruik maakt van een tienrittenkaart, dat geldig is voor al het openbaarvervoer)

woensdag 1 mei 2013

FC Barcelona

Meer dan een club, staat met koeien letters op de spelersbus voor hotel W. Honderden fans hebben zich rondom de ingang verzameld. Niet om te genieten van het uitzicht over de blauwe zee, het drukke strand en de reflectie van de vis van Port Olympic. Nee, ze willen een glimp opvangen van hun sterren. Hen een hart onder de riem steken. Gespannen wachten ze 10, 20, 30 minuten onder constant toezicht van de Mosses (ME) en Guardia Civil. Vaders en zonen gelijk in rood –blauw met in geel de naam Messi of Villa op de rug. Zij aan zij. ‘O, goden van het groene veld laat ons vanavond in triomf naar huis keren,’ zie je ze denken.

Ondertussen druppelen er wat gasten uit het hotel. Een oligarch verdwijnt druk telefonerend in een zwart geblindeerde taxi. Een Engels echtpaar moet naar het vliegtuig om hun Easy Jet vlucht te halen (kennelijk toch niet zo’n chique hotel). Een model neemt zijn danseres uit flaneren over de boulevard. En dan een heleboel Duitsers. Leden van de Bayern Club, die op de veranda een privé feestje hadden en wel van het uitzicht genoten. Zij zijn geheel ontspannen. Lachen hartelijk naar de Spanjaarden en wensen ze ‘Viel gluck’ toe achter hun vuistje grinnikend. Maar nog geen spoor van onze sterren.

Langzaam komt de bus in beweging en verjaagt de horde fans. De bus rijdt tot aan 20 meter voor de ingang. Als een kudde verplaatst de massa zich en ‘Run Forrest Run’ worden de nieuwe ere-plekken ingenomen. Naast mobieltjes en camera’s gaan ook de kleine kindertjes de lucht in. De spanning is te snijden, een klein jongetje doet het bijna in zijn broek. En dan zwelt het ‘gezang’ aan. Één voor één kruipen de spelers de bus in, waar ze tegenover elkaar gaan zitten en hun koptelefoons opdoen. Serene rust, ultieme voorbereiding. De bus verlaat in zijn achteruit het plein en manoeuvreert tussen twee pilaren richting de weg. Op een van de paaltjes zit ik het tafereel te aanschouwen.

En opeens sta ik oog en oog met Andres Iniesta. Vanachter het beveiligde glas van de bus, steekt hij zijn duim naar me op. Ja, jouw schietkunst staat in de herinnering van de Nederlanders gegrift. Ik hoop dat je het dit keer voor het juiste team voor mekaar speelt.

zondag 21 april 2013

Kat en Muis

De naam Barcelona gaat gepaard met Gaudi. Toeristen hoppen in oostelijke richting van Casa Batllo, La Pedrera, en de Sagrada Familia naar Parc Güell. En met hen de illegale verkopers van souvenirs met daarop bonte verbeeldingen van Gaudi’s werken. De meeste van hen hebben Parc Güell als uitvalsbasis.

In dit dorre en droge park wordt het zand geregeld verplaatst door een stofwolk, achtergelaten door vluchtende illegalen, die sprintjes trekken van 100 meter om achter een cipressenboom weer tot rust te komen. Een bijzonder schouwspel is hier gaande. Beter gezegd een kat en muisspel. Aanschouw:

Op kleine kleedjes van één bij één meter stallen Pakistanen, Indianen en Afrikanen hun prullaria uit. Met een plumeau ‘snuffelen’ ze de zandkorrels van hun waar. Vervolgens ‘piepelen’ ze de toeristen: ‘Kijk naar mijn waar: zó veel voor zó weinig!’ Je bent een dief van je eigen portemonnee als je voor jezelf, je zus of je buurman niet een magneet koopt. Lang uitkiezen tussen de twintigtal verschillende varianten zit er echter niet bij. De verkopers worden op de hielen gezeten door de Guardia Civil, die constant op hen loert. Zodra de kattenkoppen op 25 meter te bespeuren zijn, worden de hoekpunten van het kleed naar elkaar toegevouwen en al rennend als een knapzak over de schouder gegooid. Weg de bosjes in. De politie, minder slank en soepel, zet het niet op een rennen. Geef ze eens ongelijk met de brandende zon in het zenit. Het is de huiskat eigen om niet te hard te werken voor zijn prooi. Ze vervolgen gestaag hun patrouilleroute, wetend dat ze hun aas over een aantal minuten weer zullen ontmoeten.

De kat neemt genoegen met het opjagen en de muis schikt zich hiernaar. Zo is er een natuurlijk evenwicht ontstaan en bevolken beide in harmonie als enige niet toeristen Parc Güell. Naast de mozaïek, de zuilengalerij en de slingerende paden is dit een authentiek beeld. Ik twijfel alleen of dit ook is meegenomen in de Unesco-werelderfgoed lijst.