Rinkelend en klinkend wordt de winkelwagen door de straat getrokken. Van vuilnisbak naar container. Van vuilstortplaats naar prullenbak. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat dwaalt het metaalmannetje door zijn afgebakende stuk in Barcelona. De metaalmannetjes hebben de straten onderling verdeeld en als ze zich op het terrein van de concurrent begeven, is het ruzie. Behalve als deze tot dezelfde coöperatie behoort. Dan zijn ze nog wel bereid om gezamenlijk het koper uit de elektriciteitskabel van een TV te trekken. Soms zie je ze gevaarlijk in de vuilniscontainer hangen om er met hun hand een oud mes of ventilator uit te graaien. Ze slaan en trekken erop los om ook het laatste stukje metaal van een voorwerp in hun karretje mee te kunnen nemen.
Vandaag is het voor het metaalmannetje van Eixample raak. Een bekende winkelketen is bezig met een renovatie. Om de paar minuten komt een man, bedolven onder het grijs witte stof, naar buiten om grof vuil weg te gooien. Oude stellages en profielen dumpt hij in de container. Zodra hij de container zijn rug toedraait en zijn handen aan elkaar afklopt, snelt het metaalmannetje toe om zijn buit te slaan. Glinsteroogjes van de overdaad. Fluitend loopt het metaalmannetje weg op de melodie 'ik heb mijn wagen vol geladen, vol met aluminium, koper en ijzer.'
zaterdag 27 juli 2013
maandag 22 juli 2013
Tijdreizen in het park El Grec
De arena is gevuld met honderd muzikanten en één dichteres. Zij declameert de gedichten. De rest geeft vol overgave de muzikale interpretatie weer. Ik versta geen Catalaans, de betekenis van de gedichten zweven aan mij voorbij, maar de klanken grijpen me. Het swingt de pan uit. De gekleurde stopdassen, de vele solo’s en door de kat boven op de rots waan je je in een vrolijk optreden van de aristocats. Dan weer in beland je in een hymne aan de schoonheid. Een heldere sopraanstem stijgt langs de treden van het amfitheater steeds hoger en hoger. Ze wordt versierd door een sax. Ze krijgt een liefdessonnet van de klarinet. Alsof een kattensnorhaar je huid doet tintelen. Op de kale achtergrond muur wordt op het ritme van de muziek een zwoele rode oranje kleur geprojecteerd. Om het nog sprookjesachtiger te maken, missen alleen de vuurvliegjes die ronddwarrelend dansen op de speelse tonen.
De piano trippelt poco poco naar de volgende episode. En de gebochelde dirigent draagt de zwarte blouse uit zijn broek, die schudt van links naar rechts. Een triester stuk nu, meer detail. Het licht verloopt heel gestaag van paars naar groen naar blauw. Er staat een eenzame trompet die een stuk over het verloren land vertolkt. Op de achtergrond een klaagzang van het koor. Kracht in eenvoud.
Vervolgens licht het weer rood op en hoor je een zwoele zachte mannenstem. Zoals honing een schrale keel streelt laat het je wegdromen om vervolgens door de trombone terug naar het amfitheater getrokken te worden, waardoor het een hele opgave is om stil op de plastic stadionstoeltjes te blijven zitten.
De maan staat al hoog aan het hemelgewelf als het applaus afneemt en ik de trappen weer afdwaal. In mijn hoofd swingt het ritme en hoor ik de regels van het Catalaanse vers ‘el meu poble i jo’ nadreunen. Zelfs op zo’n avond is het sterke nationalistische gevoel van Catalonië overheersend.
zondag 7 juli 2013
Buurkind
Elke dag staat ze op het balkon. Ze staat op haar tenen, trekt zich op aan de reling en legt haar kin daarop te rusten. Ze woont op de bovenste verdieping en overziet als een arend uit haar nest alle balkons op de Poeta Cabanyes. Er is altijd wel iemand buiten de was aan het ophangen, plantjes aan het verzorgen of gewoon een boek aan het lezen. Zodra zij een persoon in haar vizier krijgt, zet ze het op een groeten. ‘Hola!’, ‘Hola!’ galmt het door het hofje. In bariton een ‘Hola!’ terug. Dan komt haar tweede zin ‘Cómo te llamas?’ Soms volgt daarop een antwoord, soms is de persoon in kwestie alweer naar binnen gegaan. Nooit komt ze verder dan de tweede zin. Als je haar wat vraagt, slaat ze de ogen neer. Je begrijpt het spel niet; zij vraagt, jij antwoord.
dinsdag 2 juli 2013
Gelegenheidsbank
Vier mannen op een rij. Toevallige passanten of goede vrienden? Ze communiceren met gebaren van optrekkende wenkbrauwen, knipperende oogleden en al mompelende onverstaanbare woorden. Alles zonder haast. Synchroon gaan de hoofden van links naar rechts. Of van rechts naar links. Afhankelijk van welke kant een jonge dame met bruine benen voorbij dribbelt. Zichtbaar is er extra vreugde als de hak van hun prooi vast komt te zitten in de voegen van de stoeptegels en hun oogappeltje moet bukken. De kranten met kruiswoordpuzzels worden opgevouwen en de bril zakt geleidelijk naar het puntje.
Gezamenlijk zijn de heren minstens 275 jaar. Hun wandelstokken geven het bankje vier extra poten. Maar er zijn meer voorwaarden om lid te worden van het gelegenheidsbankje. Een zonnebril, van licht of donker glas. Een hoed of cap tegen de zon. Linnen blouse of broek. Sandalen of bootschoenen. Typische opaatjes die je langs de hele Mediterrane zee tegen kunt komen. Af en toe schuifelt er een weg, maar de plek blijft nooit lang leeg. In plaats van met een ‘high five’, groet de nieuwe bondgenoot het gelegenheidspubliek met een lichte hoofdknik.
Bij het vallen van de nacht wisselt de wacht. Het bankje wordt overgenomen door drie jonge mannen met piekfijn verzorgd haar, jeans en een T-shirt waar de spierballen met tatoeages onder uit rollen. Het gedrag? Precies hetzelfde.
Bij het vallen van de nacht wisselt de wacht. Het bankje wordt overgenomen door drie jonge mannen met piekfijn verzorgd haar, jeans en een T-shirt waar de spierballen met tatoeages onder uit rollen. Het gedrag? Precies hetzelfde.
Abonneren op:
Posts (Atom)


