Posts tonen met het label El Poble Sec. Alle posts tonen
Posts tonen met het label El Poble Sec. Alle posts tonen

vrijdag 10 oktober 2014

Niet in de koude kleren zitten


Poble Sec betekent letterlijk het droge dorp. Het werd na 1854 gebouwd, toen de stad uit zijn voegen groeide en de geplande nieuwbouw, Ildefons zijn plan Ensanch voor Eixample maar moeizaam tot stand kwam. De vele arbeiders en gelukszoekers hadden onderdak nodig en daarom zijn ze vlak buiten de stadsmuur, tegen de helling de Montjuïc gaan bewonen. Een plek zonder watervoorziening.

Ruim anderhalve eeuw later is het een gemêleerde wijk tegen het centrum aan. Door de lagere huurprijzen is het populair bij verschillende bevolkingsgroepen. Er is relatief weinig nieuwbouw, waardoor de wijk wat authentieks heeft. De oude woningen hebben echter ook tot gevolg dat er niet overal de juiste voorzieningen zijn. Dagelijks lopen er mannen door de straat gasflessen te verkopen. Een messenslijper fluit op zijn harmonica. Bij straatfonteinen worden jerrycans met water gevuld. De kleine supermarkten bieden aan de goederen tot aan de deur te bezorgen, want een lift ontbreekt vaak. De appartementen zijn klein en donker, waardoor er op straat veel levendigheid is.

Het is er ook levendig omdat barretjes floreren. En is het niet een bar, dan wel een kapsalon. Ware swingkappers, die tot de late uurtjes open zijn en waar luide muziek uit de boxen galmt. Een derde verzamelplaats is de wasserette. Want voor velen is Poble Sec nog steeds een vrij droog dorp.


In de wasserette worden roddels uitgewisseld of rustig de krant gelezen. Soms is het er zo druk dat men buiten moet wachten. Zo ook een flink uit de kluiten gewassen man, die in de hippie tijd is blijven hangen. In zijn vervaald door mottengaten versierde haltertop en bloemetjesonderbroek ijsbeert hij ongeduldig voor de etalage. De slechte planning is hem niet in de koude kleren gaan zitten. Het was de eerste keer dat ik een niet relaxte hippie zag, waarschijnlijk omdat hij bijna poedelnaakt was. Kennelijk maken kleren toch de man, zonder dat geen vrijheid blijheid. 

zondag 17 augustus 2014

Onderhands

Het zonnetje glipt net de nauwe Carrer de Blai in, waar de buurtbewoners op zondag rustig wakker worden achter een cortado met tostado. De stralen prikkelen de gebruinde huid die zo gewend is aan haar innige streling. Elke dag opnieuw. Alleen de ogen waarderen dit licht minder en daarom zet ik mijn zonnebril op. Een prettige bijkomstigheid is dat je vanachter gekleurde glazen de wereld rustig kunt bespieden.

Voor mij zitten twee stelletjes het late ontbijt, de vroege lunch of iets rondom de brunch te nuttigen. Kleren worden afgewisseld met tatoeages of met eigentijdse baarden. Ze zijn verwikkeld in een niet al te heftig gesprek, maar voldoende om af en toe argumenten met handgebaren te verduidelijken. Tot zo ver lichaamsstaal, want de acht ogen zijn verborgen achter de Ray Ban. Elk een tikkeltje ronder of vlotter.

Opeens gaat het meisje wat meer onderuit zitten en steekt ze haar linkerbeen onder tafel uit naar de jongen tegenover haar. Een zachte tik, maar niet per ongeluk. Het is geen affectievol voetjevrijen. Een kort hoofdknikje zorgt ervoor dat ze op een lijn zitten. Zo onopgemerkt mogelijk, maar daardoor voor mij juist extra opvallend, rommelt het meisje in haar hippe linnentasje. Ze heeft er iets uitgehaald dat in haar handpalm past. Ik ga een beetje verzitten om beter te zien wat er onder tafel gebeurt.

Het meisje steekt haar hand onder de tafel, quasi nonchalant haar bovenbeen krabbend. Op dit teken steekt ook de jongen zijn hand onder het blad. Een deal wordt onderhands beklonken. Ik zie een wit zakje met poeder in de mannelijke handpalm verdwijnen en als de vuist gesloten is, begint de man te kuchen. Hand snel in de broekzak en er komt een zakdoekje voor in de plaats. Hij excuseert zich even en loopt langs me heen richting het toilet. Even later komt hij al neus wrijvend terug en gaat rustig verder keuvelen. Typisch een handeling dat tijdens het gesprek niet ter tafel mocht komen.

Vandaag geen roze bril.


zaterdag 28 juni 2014

Mannen met ballen

Het is zaterdagmiddag.  Bijna zes uur. Over enkele minuten barst het los. De posities zijn ingenomen.  Allen verzekerd van een goed beeld. Drankje binnen handbereik. Het geluid zwelt aan. De Chileen naast mij staat op en zingt uit volle borst het volkslied mee. Gelijktijdig schalt er uit de boxen achter mij ‘It’s Raining Men

Het is zaterdag 28 juni 2014. De achtste finale van het WK voetbal, waarbij Nederland gelukkig niet tegen Brazilië hoeft uit te komen. Wereld LGTB dag, gevierd in Barcelona met een pride parade over de Parallel.

Op het terras is het duidelijk wie waarvoor gekomen is. De mannen die graag naar 22 zwetende, rennende mannen kijken, zitten eersterangs bij het scherm. De mannen die graag naar zwetende, dansende mannen kijken, zitten prime spot langs de weg. En de vrouwen? Die hebben hun gewilde keuze en kunnen van twee walletjes eten. 

Vandaag kent deze bar geen slechte plekken. Alleen jammer dat er geen bitterballen zijn. 

dinsdag 13 mei 2014

Castellers


(voor de juiste muziek bij deze blog, klik hier)

Een menselijke toren bouwen. Dat is waar de Catalanen weg van zijn. Elke buurt heeft zijn eigen Castellers vereniging. Bij de minste geringste gelegenheid zwelt de fluit aan, slaat de trom het ritme en wordt de zwaartekracht getart. De Castellers zijn het hart van een wijk, een verbindende factor. Van generatie op generatie wordt de kennis in het Catalaans overgedragen. Het is een ware sport en zoals het buurten betaamt, een methode om elkaar de loef af te steken: wie bouwt de hoogste?

  

















In 2010 is het door Unesco uitgeroepen tot cultureel erfgoed. Wat maakt deze traditie zo bijzonder?  De eerste keer toen ik het vanuit de verte zag drong de kracht van dit spektakel niet echt tot me door en overtuigde de typische muziek mij niet om langer te kijken. Een te snelle conclusie.

Ondertussen heb ik meerdere malen van dichtbij het bouwen van de toren mogen aanschouwen, en ik moet bekennen, dat ik als buitenstaander sta te trillen van de spanning. Wat een samenwerking. Wat een vermogen om zich in de ander te verplaatsen. En wat een eensgezindheid om een gezamenlijk doel te bereiken. 

Zodra de eerste twee lagen opgebouwd zijn, voel je de adrenaline stijgen. Dit groeit exponentieel als er een klein klimaapje, een jongen of meisje van 5 jaar oud, enkel beschermt door een helm, meters naar boven klautert. Je houdt je hart vast. Je leeft mee. En je hoopt dat ze de top vlekkeloos bereiken. Eenmaal op de top, gaat er snel een handje in de lucht. Als een piek op het hoogste punt. In nog geen minuut is de toren daarna ontrafeld. Behendig, als brandweermannen, laten de bovenste gelederen zich naar beneden glijden. Een zucht van opluchting. Bij de Castellers omdat de druk van de schouders is. Bij de toeschouwers omdat het gelukt is.  

Maar helaas gaat het niet helemaal zonder slag of stoot. Altijd was er ook een ambulance aanwezig en altijd heb ik Castellers gebruik zien maken van hun hulp voor hand en spandiensten. Maar gelukkig nooit met zwaailichten weg zien snellen.  Is zo’n toren wel stabiel? Het is zeker geen toren van Pisa of Jenga. De toren wordt stevig gestut door een aantal dozijn Castellers aan de voet. Al die handen die elkaar in een speciale greep vastpakken om sterkte en een vangnet te creëren, een prachtig gebaar van verbondenheid. Het gehele proces is één en al beleid. Bij de minste trilling wordt de poging onderbroken, een hart onder de riem gestoken en het vuur aangewakkerd om het nog een keer te proberen. Het is topsport, waarbij heel duidelijk geldt: één voor allen, allen voor één.















vrijdag 4 oktober 2013

Hoofd boven water

Als paddenstoelen schieten hipster barretjes de grond uit. Voor je erg in hebt, is de vervallen schoenenwinkel een Engels theehuis. Verderop zijn grauwe verstofte kozijnen omgetoverd in een smaakpappillenprikkelende toonbank met pinchos* in werkelijk alle kleuren van de regenboog. Een lust voor niet alleen het oog. Elders is de muur volgestouwd met wijnvaten en het proeflokaal ingericht met vintage meubels.

De wijk Poble Sec is al enige tijd bezig met een opmars. Deze van oorsprong traditionele arbeiderswijk met Catalanen, Pakistanen en Latijns Amerikanen wordt met de dag een grotere smeltkroes van nationaliteiten en stijlen. En daar horen verschillende lunchrooms, tavernes en eetgelegenheden bij. Want de liefde voor een wijk, gaat door de maag.

Het bruisende sfeertje heeft een versterkend effect, dat weer nieuwe ondernemers zin geeft om hun idyllische droom van gebak, tapas, wijn en gezelligheid te realiseren. Het straatbeeld is met de dag levendiger. En niet alleen in de centrale autovrije Carrer Blai, in alle straatjes is bedrijvigheid waar te nemen. Alleen weet nog niet iedereen de nieuwe plekjes zoals L’angoline, Bread & Circus, Spice cafe of La Tasqueta de Blai te vinden. Dit maakt het lastig inkopen doen. Hoeveel moet je in huis hebben om vers en niet bedorven gerechten voor te schotelen?

Daar hebben de lokale zelfstandigen een oplossing voor gevonden. Er is een ware micro-economie ontstaan, waarbij de verschillende branches elkaar helpen het hoofd boven water te houden. Zo haalt de serveerster van L’angoline tegenover bij de groentezaak een zak sinaasappelen als er naar verse sap is gevraagd. Het wordt op de rekening gezet, dat wordt aan het eind van de dag of week wel verrekend. Vervolgens zie ik haar rennen naar de bakker twee deuren verder op. Met twee stokbroden snelt ze haar zaak in om later met een grand ontbijt haar gasten te verwennen. Iets later komt de jongen van de tabakszaak koffie halen in ruil voor kranten op de leestafel. En zo gaat het ruilen en tussendoor bijvullen van de voorraad de hele dag door. Een mooi duurzaam systeem en het verrijkt de wijk in velen opzichten. Tijd voor een hapje.


*Pinchos: Catalaanse tapas; vaak op een broodbodem.

dinsdag 17 september 2013

Herfst

Tijdens de lunch wordt er warme soep geserveerd. De weervrouw laat steeds vaker regenwolkjes zien. De avond valt elke dag vroeger in. De schoolkinderen zijn ’s avond laat stil, omdat ze de volgende dag weer naar school moeten. En ik heb voor het eerst sinds tijden weer een lange broek aan. De zomer is overgegaan in de herfst. Sneller dan verwacht.

Bang om mijn bronzen kleur kwijt te raken, zoek ik actief naar de zon. Ik wil nog even snoezen met de zonnestralen. Twee straten verder staat een verlaten gemeentebankje in een sprankje namiddagzon. Op de hoek met de Nou de la Rambla en de Exposició. Het uitzicht zijn de grijze stenen van de school aan de overkant en de top van de Montjuic. Maar daar is het me niet om te doen. Ik ga aan de rechterkant zitten, want in het midden is zo asociaal, en sla het boek* ‘De bekentenis van Adria’ open. Terwijl ik lees over Adria’s filosofische redeneringen aangaande het kwaad en zijn eigen schuldvraag, gaat er een vrouw links van me zitten. Haar zoete parfum trekt mijn aandacht.

Over de pagina’s heen gluur ik naar mijn bankgenoot. Een wat oudere vrouw. Ik kan zien dat ze vroeger een mooie dame was. Ze is verzorgd, maar niet te opgedirkt. Haar nagels zijn rood gelakt en de rimpels in haar hals heeft ze zorgvuldig verborgen achter een sjaaltje. Waarschijnlijk is ook zij een kind uit het Franco regime, net als Adria. Ze zit niet op haar gemak. Onrustig kijkt ze om zich heen. Te vaak kijkt ze op haar gouden horloge. Waarschijnlijk verwacht ze iemand.

Ik sla pagina voor pagina om. Dan weer zit de oude vrouw naast me, dan weer loopt ze onrustig door de straat. Continu het bankje in de gaten houdend. Ik begin me schuldig te voelen, zou ik een heimelijke ontmoeting verpest hebben door het bankje bezet te houden? De schaduw van de lantaarnpaal doet me naar links opschuiven. Zolang het zonnetje schijnt en ik niet weet of Adria vergiffenis krijgt, blijf ik zitten.

Veertig pagina’s later zit ze aan mijn rechter kant. Met een katoenen zakdoek dept ze haar ooghoeken. Zelfs voor Spaanse en al helemaal voor Catalaanse maatstaven is haar afspraak buitensporig laat. De zon zal spoedig achter de school zakken. Het wordt kouder. Ik sla een sjaal om me heen. De vrouw slaat haar armen om zich heen. Uiteindelijk staat ze daadkrachtig op. “Adéu”, mompelt ze. Ik weet niet of ze het tegen mij heeft of tegen de onbeantwoorde liefde. Voor mijn ogen is ze ouder geworden. De lente voelt ver weg.

*Sinds enige tijd schrijf ik boekrecensies over Spaanse literatuur. Aan de rechterkant van de blog staan de titels opgesomd. De recensie van ‘De bekentenis van Adria’ verschijnt binnenkort.  

maandag 22 juli 2013

Tijdreizen in het park El Grec

Zodra je de trappen vanaf de Passeig de Santa Madrona beklimt, waan je je in een episode uit het hofleven van Versailles. De baroktuin wordt zacht geel belicht, de fonteinen sproeien en het geheel wordt omringd door cipressen. De hedendaagse klederdracht valt uit de toon, maar de entourage geeft je het gevoel van tijdreizen. In de warme maand juli draait het culturele seizoen hier overuren. Het park El Grec op de Montjuic met zijn ‘semi oud’ halve amfitheater is tijdens het El Grec festival het hoofdpodium voor een gevarieerd programma van dans, theater en muziek. In het spotlicht de voorstelling: Ode aan de Catalaanse dichter Salvador Espriu. Uitgevoerd door het zeer aan te prijzen jazz ensemble La Locomotora Negra en het Sant Jordi koor.

De arena is gevuld met honderd muzikanten en één dichteres. Zij declameert de gedichten. De rest geeft vol overgave de muzikale interpretatie weer. Ik versta geen Catalaans, de betekenis van de gedichten zweven aan mij voorbij, maar de klanken grijpen me. Het swingt de pan uit. De gekleurde stopdassen, de vele solo’s en door de kat boven op de rots waan je je in een vrolijk optreden van de aristocats. Dan weer in beland je in een hymne aan de schoonheid. Een heldere sopraanstem stijgt langs de treden van het amfitheater steeds hoger en hoger. Ze wordt versierd door een sax. Ze krijgt een liefdessonnet van de klarinet. Alsof een kattensnorhaar je huid doet tintelen. Op de kale achtergrond muur wordt op het ritme van de muziek een zwoele rode oranje kleur geprojecteerd. Om het nog sprookjesachtiger te maken, missen alleen de vuurvliegjes die ronddwarrelend dansen op de speelse tonen.

De piano trippelt poco poco naar de volgende episode. En de gebochelde dirigent draagt de zwarte blouse uit zijn broek, die schudt van links naar rechts. Een triester stuk nu, meer detail. Het licht verloopt heel gestaag van paars naar groen naar blauw. Er staat een eenzame trompet die een stuk over het verloren land vertolkt. Op de achtergrond een klaagzang van het koor. Kracht in eenvoud.



Vervolgens licht het weer rood op en hoor je een zwoele zachte mannenstem. Zoals honing een schrale keel streelt laat het je wegdromen om vervolgens door de trombone terug naar het amfitheater getrokken te worden, waardoor het een hele opgave is om stil op de plastic stadionstoeltjes te blijven zitten.

De maan staat al hoog aan het hemelgewelf als het applaus afneemt en ik de trappen weer afdwaal. In mijn hoofd swingt het ritme en hoor ik de regels van het Catalaanse vers ‘el meu poble i jo’ nadreunen. Zelfs op zo’n avond is het sterke nationalistische gevoel van Catalonië overheersend.

zondag 7 juli 2013

Buurkind

Ons balkon kijkt uit op een ‘hofje’. Beter gezegd, op andere huizen en kleine tuintjes op de begane grond tussen de straten Poeta Cabanyes en Carrer de Salvà. Het is er knus. Je kijkt bij elkaar naar binnen en kunt bijna het suikerkopje doorgeven. Nu de zomer echt gearriveerd is, en de verwachting voor de komende weken enkel boven de 30 graden is met weercijfer 10, staan alle deuren open om te luchten. Uit elk huis komen geluiden; muziek, geronk van de wasmachine of kinderlijk gelach dat soms wordt afgewisseld met geschreeuw of gehuil. Maar onderling contact is er niet. Op het buurkind na.

Elke dag staat ze op het balkon. Ze staat op haar tenen, trekt zich op aan de reling en legt haar kin daarop te rusten. Ze woont op de bovenste verdieping en overziet als een arend uit haar nest alle balkons op de Poeta Cabanyes. Er is altijd wel iemand buiten de was aan het ophangen, plantjes aan het verzorgen of gewoon een boek aan het lezen. Zodra zij een persoon in haar vizier krijgt, zet ze het op een groeten. ‘Hola!’, ‘Hola!’ galmt het door het hofje. In bariton een ‘Hola!’ terug. Dan komt haar tweede zin ‘Cómo te llamas?’ Soms volgt daarop een antwoord, soms is de persoon in kwestie alweer naar binnen gegaan. Nooit komt ze verder dan de tweede zin. Als je haar wat vraagt, slaat ze de ogen neer. Je begrijpt het spel niet; zij vraagt, jij antwoord.

Vandaag komt haar grote broer achter haar staan. Eén hand achter zijn rug en met de ander tikt hij zacht op haar schouder. Bliksemsnel draait ze zich om, alsof ze nattigheid aanvoelt, maar ze is te langzaam. Plets. Een waterballon spat tegen haar voeten uiteen. De broer schatert gul, het meisje is beduusd en rent naar binnen. Naar mama. Ik zou het helemaal niet erg vinden als hij mis had gegooid. Dikke kans dat de waterballon door de tralies naar beneden was gevallen. Precies voor mijn voeten. Want als de zon in zijn zenit staat, heb je na vijf minuten buiten staan al vier grote ronde zweetvlekken. Wat een heerlijke verkoeling kan water dan zijn.

maandag 8 april 2013

Kaas

Geen nood, deze blog gaat niet over het boek* van Willem Elsschot. Deze blog gaat gewoon over kaas. Kaas afkomstig van koeien-, buffel-, schapen- of geitenmelk.  Zacht of hard. Lekker en, tsjah, minder lekker. Gewoon omdat het kan.

Als onderdeel van onze inburgering hebben we een kaascursus gevolgd in het buurthuis van Poble Sec. Speciaal voor ons in het Castiliaans in plaats van Catalaans. Drie dinsdagen hebben onze smaakpapillen verschillende revoluties ondergaan van bitter, zoet, zuur, zout en umami. Prachtig woord vind je ook niet, umami. Japans voor umai heerlijke mi smaak ofwel hartig.
De avond begint met een stukje theorie. Hoe kaas en de mens al eeuwen samen gaan, zoals terug te vinden op Egyptische hiërogliefen.  Over de verschillende bereidingstechnieken en type kazen. Zo heeft een regio met veel bergen of veel groen meer koeien en respectievelijk meer kaas van koeien melk, dan daar in het dorre droge zuiden waar met name geiten grazen. Wil je op kaastoer in Spanje, dan moet je naar Galicië. Daar zijn de meeste van de 23 Spaanse kaassoorten te vinden. Beter nog, daar kun je de grens over. Naar Frankrijk, het land van de kazen, waar ze voor elke dag van het jaar een eigen kaas hebben.

Een aantal wist je datjes:
- om een camembert van 250 gram te maken, heb je 2,2 liter koeienmelk nodig;
- dit niets is in vergelijking met de Comté, daar hier 500 liter nodig voor 1kg;
- dit overeenkomt met melk van 30 koeien;
- de Comté kaasboer een strategische samenwerking aan moet gaan met een bierproducent, omdat dit heerlijke zoute kaasje goed samen gaat met een heerlijk heldere dorstlesser;
- je zelf jonge kaas kunt maken door melk op te warmen tot 80 graden en dit te laten stollen met citroensap;
- je de korst kan opeten, dit vaak een extra dynamiek aan de smaak geeft;
- Catalaanse kazen duurder zijn dan de Spaanse;
- er kazen zijn die €95,- de kilo kosten. Dit nog niet in de buurt komt van kaviaar en truffel, maar dat het met recht wel een plekje verdiend in de gastronomische keuken.
Na de rauwe taaie kost wordt het kaasplateau van de avond gepresenteerd. En daarmee de leukste zin van de avond: vamos a probarlo**. De docent snijdt volgens procédé van het midden naar buiten de kaas in gelijke stukken. Ieder stuk moet zowel het hart als de schil hebben, anders ervaar je niet de juiste smaak. We nemen allen een stukje in de hand. Mijn speekselklieren draaien ondertussen overuren. Maar stop, ho! Stop. We worden getraind om kenner te worden en dat gaat zomaar niet.

We moeten de kaas analyseren op haar uiterlijke kenmerken: eigenschappen van de schil, kleur, vorm, gewicht. Vervolgens categoriseren op de ‘innerlijke’ kenmerken: kleur en gaten. Op hoe zij aanvoelt; vochtig, korrelig, hard. En dan komt de geur: intensiteit, familie en aroma. Wat je daar bij moet denken? De volgende beschrijvingen werden in de groep gegooid: bos na een regenbui, groene appelgeur, champignons, sinaasappelboomgaard of penetrant onaangenaam. Als je nog niet van je stoel gevallen bent door de walm, moet je, in geval van een droge kaas, deze breken en de geur van het breekpunt opsnuiven. Letterlijk snuiven om high van te worden. Een geruststelling, hoe erger in hiërarchie de kaas stinkt, hoe minder de vorige onwel riekt. Die begint zelfs heel prettig naar madeliefjes te ruiken. Heel plaats en moment afhankelijk dus.

Oh heerlijk spijswaar, kom maar smelten op mijn tong. Op dit moment heb ik telkens smachtend uitgekeken. En wat je dan ervaart, pure rock & roll in mi boca***. Houd de kaas een paar minuten in je mond, voordat je deze doorslikt. Laat het rollen over al je papillen. En neem dan, op bevel, een slok Catalaanse wijn. Of bij blauwe kazen, sherry. De vraag of ik een Spaanse wijn met een Catalaanse kaas mag nuttigen hou ik maar voor me. Dat probeer ik thuis wel.

En dan begint de hele cyclus weer opnieuw. Kazen om te onthouden en een kans te geven, want soms moet je je er wel voor openstellen:
- de koning der kazen, met de mooiste naam van de avond: Idiazabal
- het jonge prille schapenkaasje: Cantagrullus-Peral
- de pikante vuurspuwende: Queso Casin
Of ik voortaan als dessert een kaasplateau zal nemen? Ik zal er even over nadenken, navragen welke type kazen ze aanbieden om dan toch te zwichten voor de crema catalana.

* Op de site van de DBNL is Kaas, het boek, in zijn geheel te lezen.
** wij gaan een stukje proeven
*** mond

zaterdag 5 januari 2013

Poble Sec - Het straatbeeld

Aan de voet van de Montjuïc* en achter de Parel-lel ligt de wijk El Poble Sec. Letterlijk vertaald het droge dorp. Met vreugde kan ik dan ook mededelen dat er nog geen spatje regen gevallen is. Wat een ongekend genot. Elke dag een zonnetje en een aangename zachte wintertemperatuur van 15 graden. Heel iets anders dan de -25 tijdens mijn eerdere buitenlandervaring. Ik ga er in 5 jaar tijd 40 graden op vooruit.

Het dagelijkse leven in Spanje heeft een rustig tempo. Alles begint vanaf een uurtje of negen tot de siesta. In dit dorp midden in de stad immer nog volop gepraktiseerd. Tussen 14 uur en 16 uur gaat alles op de horeca en de pakistaanse kleine supermarktjes na dicht. In tegenstelling tot mijn verwachting van siesta sust het binnenshuis niet in. Tijdens de siesta is het spitsuur in huis. Deuren slaan dicht, verhitte discussies, geschreeuw, geboor, gestamp. Niet erg bevorderlijk om een uiltje te knappen, daar de huizen van het eind van de negentiende eeuw vrij slecht geïsoleerd zijn. Na de siesta gaan de overvloed aan bakkertjes, pharmacia en groentezaakjes weer open. Alles is binnen handbereik, 250 meter lopen is al ver. Boodschappen kunnen vervolgens tot 's avonds laat gedaan worden.  Met een authentiek boodschappenkarretje pas je helemaal in het straatbeeld.

De postbode is afhankelijk van de bewoners om zijn werk uit te oefenen. Hij moet eerst binnen gelaten worden voor hij de post kan sorteren over de postvakjes. En mocht er in het hele pand geen gehoor zijn, geen nood. Even een kopje koffie  aan de bar nuttigen en de roddels doorspreken.

De stoep wordt bewoond door bomen, motoren, vuilnisbakken, viervoeterdrollen en flanerende oude van dagen. De mimosaboom heeft nog blad en de manderijnen sieren menig groen. Ze doen hun best om de geurtjes van de vele reuze kliko's te neutraliseren. Alles wordt hier gerecycled; plastic, glas, papier, gft, metaal, grofvuil en dan heb nog overig (wat je daar in zou moeten doen?).

Naar boven kijkend zie je hoe volkssport nummer één wordt beoefend. Het ophangen van de was. Bont, wit, zwart alles door elkaar. Als vrolijke versiering en ter unformisering van de panden. De panden wisselen van 3 tot 8 hoog. Dit betekent echter niet dat er ook acht verdiepingen zijn. Je hebt namelijk de begaande grond, de tussenetage, een etage boven de begaande grond en dan eindelijk de primero ofwel eerste etage. Op de balkons is naast was van alles te vinden van wasmachines, koffers, en strijkplanken tot stoeltjes en tafeltjes. Naar binnen kijken zit er echter niet bij. Alles wordt hermetisch afgesloten, geen gluren bij de buren.

* In het Rotterdams berg Juich en we juichen zeker, want wonen op de berg is een genot en je kuiten groeien als kool met de helling van zeker 40 graden. En dan heb ik het nog niets eens over de wonderschone tuinen en het amphitheater die onze achtertuin te bieden heeft!