Barcelona is een stad van verschillende wijken. Elk met zijn eigen karakteristieken en bepalende objecten. Ver buiten de drukte van de Rambla vind je de statige wijk Sarria-Sant Gervasi. Hier woonden de heren en dames van stand, getuige de prominente paleizen aan de boulevard Avenida del Tibidabo. Elk huis is een sprookjes- of horrorachtig kasteel. Talloze gebeurtenissen zullen achter de Art Nouveau ramen hebben plaatsgevonden. Samenzweringen, intriges, hartstocht, bejubelde en schimmige zakenovereenkomsten en wellicht wel een moord... Een inspiratiebron voor verhalen. Niet voor niets speelt de straat dan ook een belangrijke rol in het bekende boek ‘De schaduw van de wind‘, waar op nummer 32 het huis 'De witte broeder', ' De engel van nevel' of wel 'Villa Penélope' staat van de familie Aldaya.
Door de straat rinkelt vanaf 1901 het belletje van de blauwe tram. Een prachtig stukje nostalgie, dat nog altijd mensen vervoert van de voet van de berg Tibidabo naar het midden. Het laatste stuk naar de top is te voet of per funiculaire af te leggen. Daar bevindt zich een even nostalgisch pretpark. Oude carrousels, aandoenlijke bankjes en een pronkend reuzenrad, waarvandaan het uitzicht over de stad het beste is.
Ben je wat langer in Barcelona, dan is het zeker een bezoekje waard.
zaterdag 21 juni 2014
maandag 9 juni 2014
Bijna geadopteerd
Daar stond hij
dan. Pal voor onze neus. De haarspeldbochten maakten het voor onbekenden
onmogelijk om hard te rijden, dus kon Rolf op tijd remmen. Neus aan koplamp.
Kwispelend loopt hij naar het voorportier. Raampje naar beneden en een vrolijke
‘blaf’ komt ons tegemoet. Een kop dat wacht op een aai, een bot, of beter nog
een bal waar die achteraan kan rennen.
Wat doet een
‘huishond’ midden in de bergen? Moederziel alleen. We stappen de auto uit en
verkennen links en rechts. Geen teken van leven. Geen auto in de vangrail. De
steile bergwand biedt geen mogelijkheid naar boven. Het ravijn met beekje ligt
er ongerept bij. We kijken elkaar aan en Rolf spreidt zijn armen in een gebaar
van: ‘en wat nu?’
De hond reageert er meteen op. Hij ziet de
vlakke hand en gaat zitten. Met zijn staart veegt hij het asfalt schoon.
‘Halloooooo?’Geen reactie. Er is hier
echt niemand. De hond is jong, heeft een schoon gebit en duidelijk puppy training
gehad. Een ‘huishond’ inderdaad. De vacht zit wel al vol met klitten en stof,
de halsband is wat gehavend. Het beest loopt al een tijdje door het bos.
‘Fikkie, kom eens
hier!’ Nee, eigenlijk klinkt dat helemaal niet als een hondennaam. Dan maar Hachi, naar de film die we met
betraande ogen laatst hebben gezien. Diezelfde vertederende blik kijkt ons nu
met een natte snuit aan. ‘Wat te doen?’ ‘Qua kleur past hij goed bij de kat’,
grapt Rolf. ‘Laten we het in het dorp verderop vragen!’ En we beginnen de
achterbak, die net vol lag met Franse wijn, leeg te halen. De lege achterbak
lonkt. ‘Ga dan Hachi!’ Maar Hachi vlucht naar de overkant van de straat en gaat
in de berm liggen. ‘Kom eens hier beestje.’ En kwispelend staat hij een seconde
later weer naast ons. Maar in de achterbak springen, ho maar. De grote wijzer
heeft ondertussen al twintig minuten weggetikt. ‘Wat te doen?’
Uit wanhoop
spring ik als voorbeeld in de achterbak en Rolf staat al op het punt het beest
er dan maar in te tillen. Op dat moment horen we een krakende toeter. Een oud
2cv met een nog oudere man stopt en gebaart ons bij hem te komen. ‘Catalanen?’ Vraagt
hij naar het Spaanse nummerbord knikkend. Wij leggen in een mengelmoes van
Frans, Spaans en ietsepietsie Catalaans uit dat we denken dat het beest is achtergelaten.
De man stoot een lachkreet uit. Zijn gebit telt hoogstens genoeg tanden voor
één tandenrij. In vlot Catalaans legt hij uit dat de ‘gos’ bij een berghut een
stukje verder hogerop hoort. Een hond in vrijheid. Wij kunnen gerust door naar
huis rijden, verzekert de man ons, en hij drukt het gaspedaal weer in. Beteuterd
blijven we achter. Dat was het dan. In twintig minuten van is de hond te
vertrouwen, wat is hij zielig, zullen we hem dan toch maar adopteren naar lege
handen.
Thuis zoeken we
het ras op: een Pyreneese Berghond. Correctie: letterlijk een echte Pyreneese
berghond.
dinsdag 13 mei 2014
Castellers
(voor de juiste muziek
bij deze blog, klik hier)
Een menselijke toren bouwen. Dat is waar de Catalanen weg van
zijn. Elke buurt heeft zijn eigen Castellers vereniging. Bij de minste
geringste gelegenheid zwelt de fluit aan, slaat de trom het ritme en wordt de
zwaartekracht getart. De Castellers zijn het hart van een wijk, een verbindende
factor. Van generatie op generatie wordt de kennis in het Catalaans
overgedragen. Het is een ware sport en zoals het buurten betaamt, een methode
om elkaar de loef af te steken: wie bouwt de hoogste?
In 2010 is het door Unesco uitgeroepen tot cultureel erfgoed. Wat maakt deze traditie zo bijzonder? De eerste keer toen ik het vanuit de verte zag drong de kracht van dit spektakel niet echt tot me door en overtuigde de typische muziek mij niet om langer te kijken. Een te snelle conclusie.
Ondertussen heb ik meerdere malen van dichtbij het bouwen van de toren mogen aanschouwen, en ik moet bekennen, dat ik als buitenstaander sta te trillen van de spanning. Wat een samenwerking. Wat een vermogen om zich in de ander te verplaatsen. En wat een eensgezindheid om een gezamenlijk doel te bereiken.
Zodra de eerste twee lagen opgebouwd zijn, voel je de adrenaline stijgen. Dit groeit exponentieel als er een klein klimaapje, een jongen of meisje van 5 jaar oud, enkel beschermt door een helm, meters naar boven klautert. Je houdt je hart vast. Je leeft mee. En je hoopt dat ze de top vlekkeloos bereiken. Eenmaal op de top, gaat er snel een handje in de lucht. Als een piek op het hoogste punt. In nog geen minuut is de toren daarna ontrafeld. Behendig, als brandweermannen, laten de bovenste gelederen zich naar beneden glijden. Een zucht van opluchting. Bij de Castellers omdat de druk van de schouders is. Bij de toeschouwers omdat het gelukt is.
Maar helaas gaat het niet helemaal zonder slag of stoot. Altijd was er ook een ambulance aanwezig en altijd heb ik Castellers gebruik zien maken van hun hulp voor hand en spandiensten. Maar gelukkig nooit met zwaailichten weg zien snellen. Is zo’n toren wel stabiel? Het is zeker geen toren van Pisa of Jenga. De toren wordt stevig gestut door een aantal dozijn Castellers aan de voet. Al die handen die elkaar in een speciale greep vastpakken om sterkte en een vangnet te creëren, een prachtig gebaar van verbondenheid. Het gehele proces is één en al beleid. Bij de minste trilling wordt de poging onderbroken, een hart onder de riem gestoken en het vuur aangewakkerd om het nog een keer te proberen. Het is topsport, waarbij heel duidelijk geldt: één voor allen, allen voor één.
woensdag 23 april 2014
Een zee aan rozen
Wereld boeken dag valt elk jaar samen met het feest van Sant
Jordi. Het verhaal gaat over Sint Joris en de Draak, maar in het volksritueel
is het al sinds 1456 een feest van de liefde geworden. Uit bloed groeide de
roos, het symbool van liefde. Volgens
Barcelonezen is dit één van de mooiste dagen van het jaar. Overal worden rozen
verkocht. Geurige rozen. Gekleurde rozen. 3D Geprinte rozen. Chocolade rozen.
Hoe ver je oog rijkt, een zee aan rozen. Maar dan wel met een Catalaans tintje,
want als strik worden de geel-rode kleuren van de nationale vlag gebruikt.
Al die bloemen doen me denken aan de liefdesgeschiedenis van
de Georgische schilder Niko
Pirosmani. Hij was zo verliefd dat hij al zijn hebben en houden verkocht
heeft voor een miljoen karmozijnen rozen en die onder het balkon van zijn
geliefde legde. De Rambla de Catalunya toont er vandaag gelijkenissen mee.
Elke vrouw krijgt meerdere rozen. Kinderen nemen het mee
voor de juf, managers voor de secretaresse, geliefden voor hun wederhelft,
vriendinnen voor elkaar, vaders voor hun vrouw en dochters. En allemaal
feliciteren ze elkaar. Maar voor de mannen is het geen bloemenfestijn. Zij
krijgen een boek, omdat op deze dag ook de sterfdag van Cervantes, de schrijver
van de romantische ridder Don Quichot, wordt herdacht. Tussen de rozenblaadjes
in staan kraampjes met boeken, die mannen aanmoedigen tot helden daden. Papieren
bladeren en rozenbladeren, kris kras door elkaar. Want wat is er romantischer
dan hoffelijk voorgelezen te worden in een bloemenzee?
* Een erg populair liedje in Rusland van Alla
Pugacheva over een miljoen rozen, gebaseerd op de liefdesgeschiedenis van Pirosmani
Abonneren op:
Posts (Atom)


