woensdag 31 juli 2013

Schatzoeker

Het strand is ’s avonds op zijn best. Zo rond het Noord Europese etenstijdstip. Met bombarie pakken de roodverbrande toeristen hun spullen en jolig trekken ze terug richting de stad om als enige de restaurantjes te vullen. Anderen, die nog lang niet aan eten denken en net de werkcomputer hebben dichtgeslagen, werpen hun handdoek uit om te genieten. Maar niet iedereen. Voor de schatzoeker begint op dit tijdstip de werkdag. Hij hoopt dat het strand die dag door een hoop verstrooide en nalatige toeristen bevolkt was.


Secuur stroopt hij het strand meter voor meter af met zijn metaaldetector. Bij piepjes begint hij met zijn voet het zand om te woelen. Blijft het aanhouden, dan is het tijd voor grover geschut. Door de knieën en met een spatel begint hij te schoffelen. De ene na de andere zandkorrel wordt van plek verwisseld. Wat zou hij vinden? Zijn vingers pakken iets uit het zand en vegen een voorwerp schoon. De spatel wordt in de riem gestoken en zwaar teleurgesteld gooit de schatzoeker een bierdopje weg naar een verder gelegen stuk.


Om zijn middel bungelt een plastic zak, waarin een sigarettenpakje, lepeltje en iets ondefinieerbaars doorheen schijnen. De voorlopige oogst. Ik vraag me af wat hij zoal vindt of het inderdaad een goudmijntje is. Nors bromt hij ‘muntjes’ en ‘weinig’. Een man van weinig woorden en nog minder sociale vaardigheden. Ik verzwijg maar dat zijn ‘collega’ een half uur eerder dit al strand onder de loep had genomen. Wie er, het metaalmannetje of de schatzoeker, op het eind van de dag meer naar huis brengt? Geen idee.

1 opmerking:

  1. Een kleine pot onder het zand vind je zo met een detector. Een enorme potvis op het strand daarentegen zie je dan over het hoofd.

    BeantwoordenVerwijderen